Nooit kind kunnen zijn

Kinderen van ouders met psychische problemen zorgen vaak voor hun vader of moeder in plaats van andersom. Eén op de drie ontwikkelt op latere leeftijd zelf ernstige problemen. Hoe kom je als volwassene uit de greep van die zieke ouder?

Ze hoort soms schrijnende verhalen. Bijvoorbeeld van die vrouw die als meisje van 7 de zorg voor haar broertjes op zich nam. “Ze kleedde ze aan, maakte ontbijt en bracht ze naar school. Iedere dag weer. Haar moeder, alleenstaand en alcoholverslaafd, kon de opvoeding niet aan.”
En dan die man die haar vertelde dat hij zich vroeger op school nooit kon concentreren. Hij was bang dat zijn manisch-depressieve vader zichzelf iets zou aandoen. “En nog steeds maakt hij zich zorgen. Regelmatig belt zijn vader hem ’s nachts in paniek op.”

Sheila Sluiter uit Elst begeleidt volwassen kinderen van ouders met psychische problemen, oftewel KOPP-kinderen. Een vergeten groep, die niet gemakkelijk voor zichzelf opkomt. Jongeren die opgroeien met een ouder die bijvoorbeeld schizofreen, psychotisch of verslaafd is, missen de veiligheid, zorg en aandacht om zich persoonlijk te ontwikkelen, zegt Sluiter.

“Veel van deze kinderen zijn altijd bezorgd. Ze zijn bang hun vader of moeder te verliezen, bang voor het onvoorspelbare gedrag dat een ziekte of verslaving met zich kan meebrengen. Voelen zich schuldig over de problemen thuis, denken vaak dat het aan hén ligt. Vriendjes nemen ze zelden mee naar huis, want je weet maar nooit hoe je je zieke vader aantreft. Liever zwijgen ze over de problemen. De andere ouder heeft vaak geen tijd omdat hij of zij de handen vol heeft aan de partner. Als ze geluk hebben, is er een lieve buurvrouw die een oogje in het zeil houdt.”

Vooral de oudste kinderen hebben het zwaar.
“Ze dragen verantwoordelijkheden die absoluut niet bij hun leeftijd passen”, zegt Sluiter. “Ze runnen het huishouden, controleren of medicijnen worden ingenomen en gooien flessen drank door de gootsteen. Ze zijn voortdurend alert op het welzijn van de zieke ouder. Dat blijft, ook als ze later op zichzelf wonen.”

Veel kinderen zijn bang dat de ziekte van hun ouders erfelijk is. Niet ten onrechte. In de praktijk blijkt dat jongeren die opgroeien bij een ouder met psychische of verslavingsproblemen later ook daadwerkelijk het risico lopen zelf problemen te krijgen. “Ze hebben zichzelf altijd moeten wegcijferen omdat ze hun ouders niet met hun eigen vragen en angsten wilden lastigvallen. Of ze vroegen uit onmacht juist extreem veel aandacht of vertoonden agressief gedrag. Omdat ze zich als kind onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen, laat dat in hun latere leven zijn sporen na.”

Sheila Sluiter heeft zich als trainer en coach gespecialiseerd in het begeleiden van KOPP-kinderen van 16 jaar tot 60 jaar. “Hoe kom je uit de greep van die zieke ouder? Hoe krijg je rust? Hoe stel je grenzen zonder je schuldig te voelen? En vooral: hoe wil jíj leven? Vaak ben ik de eerste aan wie ze hun verhaal vertellen. Zelfs partners zijn niet altijd op de hoogte.”

Elk KOPP-kind loopt vroeg of laat vast, zo is Sluiters ervaring. Vaak gebeurt dat bij ingrijpende gebeurtenissen in hun eigen leven, zoals de geboorte van een kind of een reorganisatie op het werk. “Sommigen hebben moeite met relaties en intimiteit. Ze zijn het niet gewend zich kwetsbaar op te stellen omdat ze vroeger thuis altijd sterk moesten zijn. Anderen hebben een verantwoordelijkheidsgevoel dat ten koste gaat van henzelf. Velen voelen zich zelfs schuldig omdat ze hulp voor zichzelf zoeken.” Toch maakt ze zelden mee dat cliënten hun zieke vader of moeder verwijten maken. “Kinderen blijven altijd loyaal aan hun ouders, zelfs als die het in de opvoeding volledig hebben laten afweten.”

 

Geplaatst op zondag 26 april 2009 om 11:44 | Tags: , , , , ,

Schrijf een reactie